08 mrt 2022

Wanneer kan een ontnemingsmaatregel worden opgelegd?

Het afpakken van crimineel geld heeft voor het Openbaar Ministerie topprioriteit. Een belangrijk instrument dat daarbij wordt ingezet, is de ontnemingsmaatregel.

De ontnemingsmaatregel verplicht een veroordeelde persoon om een geldsom aan de Staat terug te betalen. Dit ‘ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel’.

In dit artikel leggen wij uit in welke 4 situaties een ontnemingsmaatregel kan worden opgelegd. Wat zijn de mogelijkheden om een betalingsverplichting te matigen of kwijt te schelden? En waarom is het belangrijk om tijdig een advocaat in te schakelen?

In lid 2 en 3 van artikel 36e Wetboek van Strafrecht (Sr) worden vier situaties genoemd wanneer de ontnemingsmaatregel kan worden opgelegd.

1. Het voordeel is verkregen door of is een gevolg van het strafbare feit waarvoor de betrokkene is veroordeeld 

Wanneer de ontnemingsmaatregel wordt gebaseerd op voordeel uit een gronddelict, staat de bewezenverklaring van dat gronddelict niet meer ter discussie. De ontnemingsrechter gaat dan uit van de veroordeling die in de strafzaak heeft plaatsgevonden. Tijdens de ontnemingsprocedure wordt bepaald of ook in voldoende mate vaststaat dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

2. Het voordeel is verkregen door of is een gevolg van andere strafbare feiten

Hierbij moet worden aangetoond dat het ‘aannemelijk’ is dat er voordeel is behaald uit andere strafbare feiten. Dit voordeel hoeft niet wettig en overtuigend te worden bewezen.

Wel moeten er voldoende aanwijzingen zijn dat het voordeel is behaald.

3. Betrokkene is veroordeeld voor een misdrijf waar een geldboete van de vijfde categorie op staat en het is aannemelijk dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen

Met ‘aannemelijk’ wordt het toerekenen van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde bedoeld. Het gaat hier dus niet om het toerekenen van andere strafbare feiten, maar om het toerekenen van verkregen voordeel dat te relateren is aan misdrijven.

Deze misdrijven hoeven niet door betrokkene zelf te zijn gepleegd. Het is zelfs niet noodzakelijk dat duidelijk is welke misdrijven ten grondslag liggen aan het verkregen voordeel.

4. Wederrechtelijk verkregen vermogen gebaseerd op het wettelijk bewijsvermoeden

De vierde situatie is eigenlijk verwant aan de derde situatie. Ook hier moet de betrokkene zijn veroordeeld voor een misdrijf waar een geldboete van de vijfde categorie op staat. Verschil is dat in dit geval sprake is van een wettelijk bewijsvermoeden van een criminele levensstijl. Dit vermoeden moet dus worden onderbouwd aan de hand van wettige bewijsmiddelen.

Met de introductie van dit ‘bewijsvermoeden’ heeft de wetgever het makkelijker willen maken voor het OM.

Als de rechter namelijk het bewijsvermoeden toepast, wordt van alle uitgaven en alle voorwerpen die aan de veroordeelde zijn gaan toebehoren, verondersteld dat dit ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ is.

De verdediging moet dan aannemelijk maken dat die uitgaven en voorwerpen van een een legale inkomstenbron afkomstig zijn.

Hoe wordt een betalingsverplichting vastgesteld?

Nadat de rechter het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft geschat, stelt de rechter ook een betalingsverplichting vast. Dit bedrag kan afwijken van het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel.

Betalingsverplichting matigen of kwijtschelden?

De verdediging kan de rechter verzoeken de betalingsverplichting te matigen of kwijt te schelden. Eventuele betalingsonmacht kan daarbij een rol spelen. De huidige, maar ook de toekomstige draagkracht van de veroordeelde is hierbij bepalend. Wanneer het bedrag onbetaalbaar is voor de veroordeelde, dan kan de rechter daarmee rekening houden.

Let op: bij betalingsonmacht is het belangrijk om tijdig verweer in te schakelen. Mocht je als veroordeelde niet betalen, dan loop je het risico op maximaal drie jaar lijfsdwang (vrijheidsbeneming).

Advies of bijstand bij een ontnemingsprocedure nodig?

Tijdens een ontnemingsprocedure heb je als veroordeelde recht op bijstand van een advocaat. Mocht je betrokken zijn in een ontnemingszaak, of mocht je een kwijtscheldings- of verminderingsverzoek willen indienen, neem dan contact met ons op via info@romkens.nl of via 085-2736423.