02 mei 2020

Invorderingsrente: Belastingdienst moet aantonen dat aanslag is ontvangen

Uit een arrest van de Hoge Raad volgt dat de belastingdienst geen invorderingsrente mag berekenen als de belastingdienst niet aannemelijk kan maken dat een belastingplichtige een belastingaanslag heeft ontvangen. Daarbij is niet van belang of de belastingplichtige achter het bestaan van de aanslag had kunnen komen (bron: Hoge Raad 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1439)

Invorderingsrente

De belastingdienst legt een man op 12 juni 2015 een tweede voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2014 op. Op 26 januari 2016 stuurt de belastingdienst een betalingsherinnering. De man betaalt vervolgens de aanslag, maar gaat in bezwaar en beroep tegen de in rekening gebrachte invorderingsrente. Hij stelt dat hij de aanslag niet heeft ontvangen en pas bij het ontvangen van de betalingsherinnering hoorde van de aanslag.

Gerechtshof

De belastingdienst stelt en maakt aannemelijk dat de aanslag naar het juiste adres van de man is verzonden. De belastingdienst kan in eerste instantie volstaan met het bewijs van verzending naar het juiste adres. Daardoor geldt het vermoeden dat de man de aanslag wel heeft ontvangen.

Het ligt vervolgens op weg van de belastingplichtige het vermoeden te ontzenuwen. Daarin slaagt deze belastingplichtige. Hij wijst erop dat hij alle voorafgaande aanslagen op tijd heeft betaald en ook beschikt over voldoende liquide middelen om de desbetreffende aanslag op tijd te voldoen. Daardoor komt de bewijslast weer bij de belastingdienst te liggen.

De belastingdienst kan niet bewijzen dat de man de aanslag toch heeft ontvangen of dat hij de aanslag door aan hemzelf toe te rekenen omstandigheden (eigen schuld) niet heeft ontvangen. De belastingplichtige krijgt bij het Gerechtshof dus gelijk.

Hoge Raad

In cassatie stelt de staatssecretaris van Financiën dat het Gerechtshof had moeten onderzoeken of de man tijdig via zijn accountant kennis had kunnen nemen van de aanslag en de daarvoor geldende betaaltermijn. Indien dat het geval is, zou terecht invorderingsrente in rekening worden gebracht.

De Hoge Raad oordeelt echter dat het Gerechtshof geen eigen onderzoek hoeft in te stellen naar de feiten die de belastingdienst er in dit verband stelt en aannemelijk moet maken.

Slotsom is dat de belastingdienst de man geen invorderingsrente in rekening mag brengen.

Conclusie

De vraag die bij de Hoge Raad voorligt gaat niet zozeer erom of de belastingplichtige de aanslag per post ontvangen heeft. Het arrest gaat over de vraag of het Gerechtshof had moeten onderzoeken of de belastingplichtige op een andere wijze kennis had gekregen van de aanslag. Het is niet aan het Gerechtshof om een eigen onderzoek te starten naar de stellingen en feiten. Dat had de belastingdienst zelf moeten doen. De aanslag was digitaal verzonden aan de accountant. De belastingdienst had in de procedure kunnen stellen dat met het versturen van de digitale aanslag aan de accountant, daarmee de belanghebbende tijdig op de hoogte moet zijn geweest.

Een belastingplichtige kan zich dus op het standpunt stellen dat hij de aanslag niet ontvangen heeft, waarna het aan de belastingdienst om aannemelijk te maken dat de aanslag de belastingplichtige heeft bereikt.

Meer weten?

Indien u vragen heeft over de tijdigheid van aanslagen dan kunt u contact met Römkens Fiscale Advocatuur opnemen.