22 feb 2016

Omgekeerde bewijslast en de informatiebeschikking

In de reguliere rechtspraak is er sprake van de regel: wie eist, bewijst. Dat betekent dat wanneer je een rechtszaak aanspant, je zelf met bewijzen moet komen waaruit blijkt dat de verdachte schuldig is. Er zijn echter enkele uitzonderingen op deze regel. Dit wordt een omgekeerde bewijslast genoemd. Een voorbeeld daarvan is de informatiebeschikking van de Belastingdienst.

Informatiebeschikking

Een informatiebeschikking is een verzoek van de Belastingdienst aan een belastingplichtige tot verplichte verstrekking van bepaalde informatie. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de Belastingdienst vermoedt dat er sprake is van fraude of van het achterwege laten van inkomstenposten.

Dergelijke misdrijven zijn lastig te bewijzen als men niet over de juiste informatie beschikt. Door de informatiebeschikking is het aan de ondernemer om te bewijzen dat zijn aangiftes kloppen en dat er geen fraude gepleegd is.

Voorwaarden informatiebeschikking

Het is verplicht om aan een informatiebeschikking mee te werken. Er zijn echter wel verschillende voorwaarden waar de Belastingdienst aan moet voldoen:

  • er moet een redelijke termijn voor de informatiebeschikking worden vastgesteld,
  • de informatiebeschikking mag alleen betrekking hebben op informatie die relevant is voor de belastingheffing,
  • de Belastingdienst moet de ondernemer meermalen tevergeefs hebben verzocht tot het verstrekken van informatie,
  • de Belastingdienst moet duidelijk maken waarom de ondernemer niet aan het informatieverzoek heeft voldaan,
  • de Belastingdienst moet duidelijk maken dat de informatiebeschikking leidt tot volledige omkering van de bewijslast.

Omgekeerde bewijslast

De informatiebeschikking is in 2011 ingevoerd. Voordat de informatiebeschikking bestond, had de Belastingdienst ook al de mogelijkheid om de bewijslast om te keren. Hierbij gold echter dat degene die met de bewijslast werd opgezadeld, bijna altijd aan het kortste eind trok.

De informatiebeschikking geeft een kader van wetten en regels rondom het omkeren van de bewijslast door de Belastingdienst. Dit zorgt ervoor dat de ondernemer een betere rechtsbescherming heeft in geschillen met de fiscus. Het is namelijk mogelijk om bezwaar en beroep in te stellen tegen een informatiebeschikking.

Zodoende kan de Belastingdienst kiezen: of een informatiebeschikking opleggen wat kan leiden tot een langdurig rechtsgeschil, of een aanslag opleggen zonder informatiebeschikking. In het tweede geval heeft de Belastingdienst dus niet meer de mogelijkheid om de bewijslast om te keren.

Geschatte aangifte

De enige andere mogelijkheid waarbij de bewijslast omgekeerd mag worden, is als de aangifte niet gedaan is. Er wordt dan een aanslag op basis van een geschatte aangifte opgelegd. De geschatte gegevens in de aanslag zijn bindend tenzij de ondernemer bewijst dat de geschatte informatie niet strookt met de werkelijkheid.

Ook sinds de invoering van de informatiebeschikking is omkering van de bewijslast een zware “straf”. Het heeft grote gevolgen voor de ondernemer omdat het soms erg lastig is om aan de bewijslast te voldoen.

Het is daarom verstandig om bezwaar aan te tekenen tegen een informatiebeschikking. Dit kan tot zes weken na het ontvangen van de beschikking.

Bezwaar tegen informatiebeschikking

Bij het instellen van bezwaar is hulp van een specialist onvermijdelijk. Een fiscaal advocaat kan voor u vaststellen

  • of de informatiebeschikking rechtsgeldig is verstuurd, en
  • of de gevraagde informatie betrekking heeft op de belastingheffing.

Als de informatiebeschikking niet voldoet aan de opgestelde voorwaarden of als er een andere reden is waardoor de omkering van de bewijslast niet rechtsgeldig is, kan een fiscaal advocaat bezwaar instellen.

Informatiebeschikking ontvangen?

Neem contact op met een fiscaal advocaat van Römkens Fiscale Advocatuur bij een informatiebeschikking of als er sprake is van een omgekeerde bewijslast.

Neem contact op

Lees ook: